Een geur van heiligheid

In het kader van de Boekenweek, TJIELP TJIELP – De literaire zoo, volgt hier een gedeelte uit het prachtige verhaal van één van mijn lievelings-schrijvers: Anton Koolhaas. Het boekje is vanzelfsprekend ook te leen bij de UBA. 100% aanrader! Dit mag je gewoon niet nooit gelezen hebben! 😀

 

Een geur van heiligheid

door Anton Koolhaas
gedeelte van het verhaal, uit de gelijknamige bundel uit 1964


De nacht was niet anders dan anders. Er was weinig wind. Niet van de zee uit, maar juist van de heuvels af naar beneden en dan over de zee in de verte. Ursula voelde dat die wind, die naar omlaag verdween iets droevigs kon hebben.
Net alsof men er iets door verloor: of er iets wegging, dat nooit meer te achterhalen zou zijn. Dat gebeurde met zulk een zekerheid, dat niemand er aan zou denken om te proberen er iets van terug te vinden. Het moet er mee zijn als met sommige herinneringen. Het moment is te fragiel, het wordt meegevoerd in de stroom van nutteloze uren. Maar toch was die verdwijnende wind ook vol van iets. Misschien zelfs wel van het inzicht dat niets kan worden overgedaan.
Ursula stond doodstil op haar vier poten. Zo onaangedaan als een stoel stond ze daar in de wei, zou men denken. Maar dat was alleen maar schijn. Ze voelde dat het geen verschil maakte, of ze een schaap was, of enig ander levend wezen. En het doet er niets toe, of we ons daarbij aan de viervoeters houden of overgaan op vogels, of libellen, op vissen zelfs en krakerige kreeften of geruchtloze zeesterren.
Ursula dacht niet dat er iets zou gaan gebeuren. Daar was het niet stil genoeg voor. Doordat de wind van het land af kwam, waren er, al was het midden in de nacht, geluiden in. Van honden bijvoorbeeld, of koeien, of ineens schreeuwerig praten van mensen, heel in de verte.
Ursula snoof af en toe vochtig en diep. Was er iets ongewoons in de geur? Van de wei, zoals hij is, wanneer Ursula er niet is? Ja, dat zeker. Het schaap Ursula bewoog haar kop onrustig heen en weer. Ze zou meer willen hebben dan oren, ogen en een neus. Nu het er om ging om te weten hoe het was in de wei, was ze niet veel meer dan een hek, een stuk hout, een rots zelfs. Hoe sterker ze wilde nagaan waar het in zat, dat er op dit moment iets gaande was, zo veel te hulpelozer werden haar vermogens. Ze leefde, ze haalde adem, ze kon met haar kop knikken, ze kon gaan draven, blaten – Allemaal het bekende geschud en gebungel. Ze besloot nog stiller te gaan staan en begon opnieuw.
De wind kwam van land af. Het was niet helemaal stil. De wind voerde geluiden mee en nam ook iets op, hier uit de wei, hier uit de wol van Ursula, hier van dat stille schaap dat zich staat af te pijnigen. Wat neemt de wind van haar mee? Anders deed de wind dat niet! Nooit was het in Ursula opgekomen, dat de wind iets van haar meenam.
Was dat het verschil? Zijn daarom de vinken rond, als je onverhoeds naar ze kijkt? Weten die het wel en weten ze ook wàt? Hier in de nacht staat dit schaap te verminderen. Het weet niet waarom. Maar het voelt zich kalm worden.
De eerste vogels die in het licht beginnen zich kenbaar te maken, zien Ursula staan. Wat is er gaande in de wei, als de vinken er niet zijn?
Ursula staat daar!
Zij is het levende wezen, dat deze nacht alle levende wezens was en zij is vol van de stilte van het bestaan.

meer boekenweek bijdragen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: