The Call of the Wild

The Call of the Wild (1903)
Door: Jack London

Het verhaal gaat over de hond Buck, die gestolen wordt en verkocht als sledehond. Hij belandt in een ijskoude en meedogenloze wereld, waar zijn wilde natuur tot rijping komt, en uiteindelijk vindt hij zijn thuis bij de wolven.

Ik kan me niet voorstellen dat er veel mensen zijn die dit werk niet op de een of andere manier al kennen. Het is een klassieker uit de Engelstalige/Amerikaanse literatuur. Het is vertaald in een groot aantal talen (waaronder Catalaans, Gujarati en Vietnamees, om maar iets te noemen), er zijn meerdere films van gemaakt, een televisieserie, een Japanse anime serie, een anime film, een stripversie (graphic novel) en het is ook als luisterboek verkrijgbaar. Voor ieder wat wils dus.

the call of the wild

 

De originele Engelstalige versie is gratis te downloaden bij Project Gutenberg. Daar is het ook als luisterboek verkrijgbaar. Het is natuurlijk ook bij tal van bibliotheken in boekvorm te leen, zowel in het Engels als in het Nederlands (zie WorldCat voor de lokaties).

In het Nederlands is het werk verschenen onder verschillende titels: “De roepstem der natuur”, “Als de natuur roept”, “De roep van de natuur”, “De roep van de wildernis”, en misschien bestaan er nog wel meer titelvarianten.

Hier volgen twee stukjes oud-Nederlandse vertaling uit “De roepstem der natuur” (1924), o.a. te leen bij de UBA:

Bliksemsnel begreep Buck. Het uur was gekomen. Het ging op leven en dood. Terwijl zij grommend en met in den nek getrokken ooren om elkander heendraaiden en zorgvuldig letten op een gunstige gelegenheid, scheen het Buck alsof hij dit alles al meer had meegemaakt. Hij scheen zich dit alles te herinneren — de witte bosschen en de witte aarde, het maanlicht en de opwinding van den strijd. Over die witheid en stilte heerschte een spookachtige rust. Er was niet het minste zuchtje wind — niets bewoog, geen blaadje trilde; alleen de zichtbare adem der honden steeg langzaam omhoog en bleef in de koude lucht hangen. Zij hadden korte metten gemaakt met den sneeuwhaas, deze honden, die niets anders waren dan slechtgetemde wolven en zij zaten nu in een kring den loop der dingen af te wachten. Zij ook waren doodstil, alleen hun oogen glommen en hun adem steeg langzaam omhoog. Voor Buck was dit tooneel uit vroeger tijden niet vreemd. Het was alsof dit altijd zoo geweest was, de gewone loop der dingen.
   Spits was een ervaren vechter. Van Spitsbergen door het Noorden, over Canada en de Barrens, had hij zijn positie weten te handhaven tegenover allerlei soorten honden en was hen allen de baas gebleven. Bittere woede vervulde hem, maar nooit blinde woede. In zijn zucht om te verscheuren en te vernietigen, vergat hij toch nooit, dat zijn vijand dezelfde begeerte koesterde om te verscheuren en te vernietigen. Hij sprong nooit toe zonder voorbereid te zijn om zelf aangevallen te worden, zou nooit aanvallen voor hij den aanval van den ander had afgeweerd.
   Tevergeefs trachtte Buck zijn tanden in de keel van den grooten, witten hond te slaan. Waar zijn  tanden hapten naar het weeke vleesch, daar werden zij door de tanden van Spits afgeweerd. Tand sloeg tegen tand en de lippen werden stukgescheurd en bloedden, maar Buck kon zijn vijand niet te pakken krijgen. Toen werd hij driftig en omgaf Spits met een wervelwind van aanvallende sprongen. Telkens en telkens weer greep hij naar de sneeuwwitte keel, waar het leven zoo vlak aan de oppervlakte zat en telkens en telkens weer beet Spits hem en sprong  achteruit. Toen deed Buck een aanval, die op de keel gemunt scheen, maar plotseling zijn kop opzij buigend en zijdelings opdringend, probeerde hij om  zijn schouder, bij wijze van ram, tegen den schouder van Spits te duwen om dezen omver te werpen. Maar, in plaats daarvan werd Buck’s schouder weer opengehaald en sprong Spits vlug opzij.
   Spits was ongedeerd, terwijl Buck hevig bloedde en zwaar hijgde. Het werd een wanhopig gevecht. En al dien tijd wachtte de kring van zwijgende wolfshonden om den hond, die het onderspit zou delven, onverschillig welke dit was, verder af te maken. Toen Buck buiten adem raakte, begon Spits aan te vallen en het kostte hem moeite om staande te blijven. Eenmaal viel Buck om en de heele kring van zestig honden sprong overeind, maar hij wist zijn evenwicht te herstellen en de kring ging weer zitten en wachtte.



Dooden of gedood worden; verslinden of verslonden worden, zoo luidde de wet en hij gehoorzaamde aan deze door de Tijden gegeven Wet.
   Hij was ouder dan de dagen, die hij had zien voorbijgaan en dan de ademtochten, die hij gedaan had. Hij verbond het verleden met het heden en de eeuwigheid achter hem klopte in hem met een machtig rhythme, waaraan hij gehoorzaamde, evenals de getijstroomen en de jaargetijden haar gehoorzamen. Hij zat bij John Thornton’s vuur, een hond met een breede borst, witte tanden en lang haar, maar achter hem stonden de schaduwen van allerlei honden, halve wolven en echte wolven, dringend en aansporend, proevend den smaak van het vleesch, dat hij at, dorstend naar het water dat hij dronk, met hem den wind insnuivend, luisterend en hem vertellend van de geluiden, gemaakt door het wilde leven in het  woud, zijn gemoedsstemmingen voorschrijvend, zijn daden regelend, zich met hem neerleggend om te  slapen, wanneer hij sliep, met hem en over hem droomend en zelf den inhoud zijner droomen vormend.
   Deze schaduwen wenkten hem zoo dringend, dat het menschdom en zijn eischen met den dag minder beteekenis voor hem kreeg.

meer boekenweek bijdragen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: